De Wereldgezondheidsorganisatie [WHO] voorspelt een enorme toename van het aantal patiënten met diabetes mellitus type 2. Vroeger werd dat ook wel ouderdomssuikerziekte genoemd, maar tegenwoordig komt diabetes type 2 ook steeds vaker voor op middelbare leeftijd en soms zelfs bij adolescenten. Dit heeft voor een groot deel te maken met een ongezonde levensstijl (slechte voedingsgewoonten, zwaarlijvigheid en te weinig lichaamsbeweging). De aandoening komt in gelijke mate voor bij mannen en vrouwen, en neemt globaal toe met de leeftijd en de graad van obesitas.
De inzichten rondom de vorming en de behandeling van diabetes type 2 zijn de laatste tijd sterk gewijzigd. Bij het ontstaan van deze ziekte speelt het ongevoelig worden van het lichaam voor de eigen insuline (insulineresistentie) een belangrijke rol. Insuline dat aangemaakt wordt in de alvleesklier, zorgt ervoor dat het lichaam de glucose (suiker) als brandstof kan gebruiken. Ongevoeligheid voor insuline kan op den duur leiden tot het stijgen van de suikerspiegel in het bloed en uiteindelijk raakt ook de pancreas uitgeput en wordt er te weinig insuline geproduceerd. Daardoor ontstaan afwijkingen waarbij vroeg of laat de kleine en grote bloedvaten aangetast raken. Dit kan vervolgens een negatief effect hebben op onder meer het hart en slagaders, de ogen (gezichtsscherpte), de voeten, de nierfunctie en de wondgenezing.
Behandeling
Belanrijke therapieën bij type 2 diabetes zijn de zogenaamde orale antidiabetica. Echter, sommige type 2 diabetes patiënten zullen in een meer vergevorderd stadium ook nood hebben aan insuline. Los van elke medicamenteuze therapie, blijft het van groot belang dat iedere patiënt een aangepast dieet-advies volgt en voldoende lichaamsbeweging in acht neemt. Bij de orale antidiabetica vindt men als meest gebruikte producten metformine (klasse van de biguaniden) en de sulfonylureum-derivaten (SU-derivaten). Metformine zal vnl. de glucose productie in de lever remmen en heeft ook een gunstige invloed op de insuline gevoeligheid. De sulfonylureum-derivaten stimuleren de afgifte van insuline door de alveesklier (beta-cellen in prancreas). Repaglinide (klasse van de meglitiniden of kortwerkende insulinesecretagogen) heeft een werking die gelijkenis vertoont met de SU-derivaten, maar moet bij elke maaltijd ingenomen worden. Acarbose (een α-glucosidaseremmer) is een product die de suiker/koolhydraten- absorptie vanuit de darm zal vertragen en verminderen. De thiazolidinedionen of glitazones, waaronder rosiglitazone, zijn eveneens orale anti-diabetica, die vnl. de insuline gevoeligheid zullen verbeteren en eveneens een beta-cel sparend effect hebben. Zij zijn geregistreerd bij patiënten met overgewicht, indien metformine niet toepasbaar is vanwege contra-indicaties of intolerantie. Zij worden echter vnl. gebruikt als onderdeel van een combinatietherapie: als toevoeging aan metformine bij onvoldoende resultaat van metformine alleen bij patiënten met overgewicht òf in combinatie met SU-derivaten in geval van contra-indicaties of intolerantie voor metformine. Indien nodig kunnen zij ook gebruikt worden als drievoudige combinatietherapie, met name bij overgewicht, indien met de combinatie metformine en een sulfonylureumderivaat onvoldoende resultaat wordt verkregen. Andere therapieën zijn nog in ontwikkeling of zijn/zullen recent op de markt komen. GSK is actief in de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen tegen type 2 diabetes. Neem contact op met uw arts/apotheker voor verdere inlichtingen.
Terug naar boven
GSK geeft elke dag 12 miljoen euro uit aan onderzoek en ontwikkeling. Dat is ongeveer 443.000 euro per uur.
Het kost meer dan 800 miljoen euro om een nieuw geneesmiddel te ontwikkelen.
GSK heeft meer dan 15.000 onderzoekers in dienst.